Wat kunt u bespreken met uw zorgverleners?

Het is voor uw herstel belangrijk dat zo snel mogelijk gestart wordt met de revalidatiebehandelingen. Na een CVA zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Een behandeling kan kort duren. Maar het is ook mogelijk dat u gedurende langere tijd hulp van zorgverleners en anderen nodig heeft. De behandeling start in het ziekenhuis. Vervolgens vindt de revalidatie plaats vanuit huis, in het revalidatiecentrum of in het verpleeghuis.

Het herstel na een CVA kan lang doorgaan. Tijdens het herstel veranderen uw klachten, functioneren of wensen. Het is nodig om de behandelingen daarop aan te passen. In de maanden na een CVA wordt u daarom regelmatig onderzocht. Uw zorgverlener gaat na hoe het met u gaat. Waar heeft u last van? Hoe ernstig is het probleem? Welke behandelingen zijn er mogelijk? Wat wilt u als patiënt en wat wil uw naaste? U kunt ook zelf het initiatief nemen en de zorgverlener vertellen over problemen, vragen naar de mogelijke behandelingen. In dit hoofdstuk leest u welke behandelingen er bestaan voor de meest voorkomende gezondheidsproblemen die na een CVA kunnen ontstaan. Er worden veel problemen genoemd. Het hoeft echter niet zo te zijn dat u ook last heeft van deze problemen.

De eerste dagen na een CVA

De behandeling na een CVA start in het ziekenhuis. Veel ziekenhuizen hebben hiervoor een speciale afdeling, de ‘stroke unit’. ‘Stroke’ is Engels voor CVA, ‘unit’ betekent afdeling. In de eerste periode hebben veel patiënten last van vermoeidheid en moeite met spreken, communiceren en bewegen. Veel van deze klachten herstellen in de eerste weken. Heeft u een herseninfarct gehad? Dan wordt gekeken of u in aanmerking komt voor trombolyse. Dit houdt in dat u via een infuus medicijnen krijgt toegediend die de bloedprop oplossen. Deze behandeling moet binnen 4,5 uur na een CVA starten. Het nadeel van trombolyse is dat er bloedingen kunnen ontstaan. Daarom moet u of uw partner toestemming geven voor deze behandeling. Soms is een trombolyse behandeling niet mogelijk; bijvoorbeeld als u bepaalde bloedverdunners gebruikt of als u pas geopereerd bent.

De neuroloog onderzoekt ook of een van uw halsslagaders is dichtgeslibd. Wanneer een bloedvat ernstig verstopt is, is het mogelijk dat u een operatie krijgt. Dan wordt geprobeerd om een deel van het verstopte bloedvat weg te halen. Dit gebeurt meestal onder volledige narcose. Wanneer u een hersenbloeding heeft gehad, zijn er weinig mogelijkheden voor directe medische behandeling. Soms kan een operatie helpen om de bloeding te stoppen of om de druk op het hersenweefsel te verminderen. Als u bloedverdunners gebruikt, is het belangrijk dat u hiermee stopt om te voorkomen dat u weer een bloeding krijgt. De eerste dagen na een CVA zijn erg druk. Veel zorgverleners komen langs voor onderzoek en vragen. Uit verhalen van andere patiënten komt naar voren dat de rol van de naaste in deze eerste periode erg belangrijk is.

De behandeling en revalidatie

Voor de meeste gezondheidsproblemen waarmee u na een CVA te maken kunt krijgen, bestaan er behandelingen. In het volgende overzicht staat per gezondheidsprobleem beschreven welke behandeling gegeven kan worden. Wilt u meer informatie over bepaalde behandelingen? Vraag hierom bij uw zorgverlener of informeer bij patiëntenverenigingen. De behandelingen worden door verschillende zorgverleners gegeven. De intensiteit van de behandeling wordt afgestemd op uw wensen en behoeften.

Vragen die u kunt stellen

➺ Hoe lang moet ik in het ziekenhuis blijven?

➺ Kan ik naar huis als ik ontslagen word uit het ziekenhuis?

➺ Wat kan er gedaan worden aan de gezondheidsproblemen en beperkingen die ik heb na een CVA?

➺ Welke mogelijkheden zijn er voor behandeling?

➺ Hoe intensief zijn de behandelingen?

➺ Hoe lang gaat het herstel duren?

➺ Welk resultaat kan ik verwachten?

➺ Wat kan ik zelf doen?

➺ Waar kan ik informatie vinden?

➺ Welke zorgverleners zijn betrokken bij mijn behandeling en wat doen zij?

➺ Welke zorgverlener is mijn aanspreekpunt?

Hoe kunt u een tweede CVA voorkomen?

Iedereen kan een CVA krijgen. Als u een CVA heeft gehad, heeft u een grotere kans om nog een keer een CVA te krijgen. Een gezonde leefstijl helpt om een (tweede) CVA te voorkomen. De kans dat iemand een (tweede) CVA krijgt, hangt af van meerdere risicofactoren.

Risicofactoren zijn persoonlijke kenmerken die het risico op het krijgen van een (tweede) CVA vergroten. Op sommige risicofactoren heeft u geen invloed, zoals leeftijd of erfelijke aanleg. Andere risicofactoren kunt u wel beïnvloeden door het hebben van een gezonde leefstijl en/ of het gebruik van medicijnen.

Belangrijk zijn:

➺ niet roken;

➺ voldoende beweging;

➺ gezonde voeding;

➺ matig alcohol gebruik;

➺ een gezond gewicht;

➺ een normale bloeddruk;

➺ een normaal cholesterol.

Er bestaan websites en folders met informatie over een gezonde leefstijl (zie hoofdstuk Praktische informatie). Als u één of meerdere risicofactoren heeft, mag u verwachten dat uw zorgverlener deze regelmatig controleert. Ook zal uw zorgverlener u adviseren over een gezonde leefstijl en u eventueel medicijnen voorschrijven. Er zijn speciale stoppen-metrokenprogramma’s beschikbaar. Ook zijn er zorgverleners die gespecialiseerde begeleiding geven op het gebied van voeding en beweging.